Wedstrijdzwemmen - de foutjes!

De meeste fouten worden gemaakt bij de keerpunten. Dus lees dit goed!

Schoolslag:

Je vergeet met twee handen aan te tikken bij keerpunt en finish. Na de start en een keerpunt onderwater maak je vlinderbeenslag en een lange slag onder water (handen tot de heup) en bij de volgende slag moet je hoofd weer boven water zijn. Bij elke slagcyclus 1x met je hoofd boven water komen!

Vlinderslag :

Je vergeet met twee handen aan te tikken bij keerpunt en finish. Zorg dat je je armen (elleboog) voor het insteken nog net zichtbaar boven water zijn. Geef onder water op het laatste moment wat extra kracht: dan zwaaien je armen vanzelf naar voren. Houd je benen bij elkaar!

Rugslag :

Je mag bij een keerpunt wel op de buik draaien maar dan mag niet uitdrijven naar voren. Te vroeg op de buik? Dan langzaam beginnen met draaien! Kin naar de borst en armbeweging inzetten. Je mag ook op de rug aantikken. Op de finish altijd op de rug aantikken! Tel je slagen na de vlaggetjes.

Vrije slag :

Eigenlijk mag alles, behalve over de bodem lopen, en langer dan 15 meter onder water zwemmen na start en keerpunt.

Wisselslag :

Je moet op de rug met de hand aantikken voor je verder gaat met de schoolslag. En verder gelden alle bovenstaande regels voor de slagen. De vrije slag is borstcrawl.

Van slag!

Maar wat het meest voorkomt!: In een wedstrijd alles vergeten! Dus ga voor de start nog even goed bedenken wat je wel en niet moet doen. Ga langs de trainer voor de laatste aanwijzingen en vraag na de serie wat je goed en minder goed hebt gedaan.

Je gaat sneller als je goed en volgens de regels zwemt. Dus ook in de training altijd de keerpunten doen zoals het moet!

En denk dat de finish altijd 5 meter verder is dan de muur, hou niet te vroeg in.